De St-Pieters-Bandenkerk te Voorde.
De St-Pieters-Bandenkerk van Voorde ligt mooi ingeplant in een bocht van de Kerkstraat, in de nabijheid van het kasteel .Men vermoed dat deze kerk ooit nog dienst deed als slotkapel.Ze is deels omringd door een ommuurd kerkhof .
De huidige, driebeukige kerk, opgetrokken in baksteen met verwerking van zandsteen uit de groeven van Ninove, werd meermaals verbouwd. Het laatgotische koor met driebeukige absis en de ingebouwde westertoren, beide daterende uit het begin van de 16e eeuw, zijn overblijfsels van de laatmiddeleeuwse dorpskerk. De zijbeuken op zandstenen sokkels met rondboogvensters, dateren uit de 18e eeuw. De ingebouwde oostelijke zijbeukmuren afgelijnd met klossen, zijn mogelijks van een oudere kerk uit de 14e eeuw. De sacristie is ook een overblijfsel van de laat-gotische bouw(1682). Voor de kerkdeur liggen de grafstenen van "Roeland van Wedergrate" en "Katelijne van der Cameren", een van de vroegere heersers over de heerlijkheid Voorde.

St-Pieters-Bandenkerk te Voorde.,
Schilderachtig ingeplant aan bocht van Kerkweg.
Het interieur van de kerk bevat weinig echte kunstschatten . Boven het hoofdaltaar hangt een schilderij uit 18e eeuw , nl "Bevrijding van St-Petrus uit de gevangenis ". Het schilderij "St-Marcellus als slaaf in de stal" dateert uit 1778 (1788) en werd vervaardigd door een zekere Cauwe uit Geraardsbergen. De communiebank en de biechtstoel zijn van de hand van schrijnwerker Vits en beeldhouwer Van Driessche, uit Gent, en dateren uit 1773-1774.
De hardstenen doopvont dateert als enige uit de 15e eeuw. Het orgel uit 1769 werd gebouwd door Pieter van Peteghem uit Gent en is geklasseerd door K.B. van 19/08/1980.
De Pastorij van Voorde.
De pastorij van Voorde ligt in een unieke landelijke omgeving, verscholen in het groen.In de deels omwalde tuin staan een paar prachtige bomen o.a. een magnolia.Het is toegankelijk via een dreef, langs een vijver met prieeltje.
Over de vroegste geschiedenis van de pastorij is weinig bekend. Het schilderachtig ingeplante gebouw achter de dorpskerk, was eigendom van de norbertijnerabdij van Ninove. Volgens sommige bronnen gebruikten de norbertijnen dit als "buitenverblijf", andere spreken van "ziekenhuis". De landelijke ligging zal daar wel niet vreemd aan zijn. Getuige de dekenale visitatieverslagen was de woning van de dorpsherder reeds in het begin van de 17e eeuw omwald. In 1638 liet de Ninoofse abdij, die voor het onderhoud van de pastorij instond, een nieuwe kamer in baksteen bouwen en een kelder uitgraven.
Het huidige gebouw werd, blijkens het met muurankers aangegeven jaartal in de voorgevel, opgetrokken in 1723 op de grondvesten van de vroegere, afgebrande pastorij, in Lodewijk XV. Oorspronkelijk zou het uit een bouwlaag bestaan hebben, gemetseld in baksteen met gebruik van zand- en hardsteen als decoratief element, bv. de deur- en vensteromlijsting en de stijgergaten net onder de kroonlijst.
Pastorij te Voorde.

Mooiste pastorij van Groot-Ninove in groene omgeving.
De middenpartij werd vermoedelijk pas later verhoogd. Ze vormt nu de blikvanger van de voorgevel bekroond met een driehoekig fronton waarin een blind osseoog en met een zonnewijzer tussen de dorpel van het middenste venster en het bovenlicht van de deur.
De vierkante zonnewijzer werd gegraveerd in zandsteen. De uren zijn aangegeven in Romeinse cijfers en onderaan de wijzerplaat staat de Latijnse tekst : "Mutis caeca loquia non caecis". Vrij vertaald kunnen we dat omschrijven als : " voor doven is het verborgene sprekend, niet voor de blinden". Het uur op de zonnewijzer is nl. af te lezen door een dove maar niet door een blinde.
Het interieur bevat een aantal 18de eeuwse muur- en plafondschilderingen en wanddecoraties op doek. Zo vinden we op het gelijkvloers een kamer met een schouw versierd met kaartspelers en een plafond met loofwerk, insecten en vogels; een tweede kamer toont op de schouw een bespotting van Christus. Op de verdieping bleven drie muurbeschilderingen bewaard, met name een God de vader, regerend op een wolk gezeten en met de wereldbol in de linkerhand, een gekruisigde Christus met stadsgezicht op de achtergrond, en een putti met kruisbeeld tegen een achtergrond van wolken.Volgens wijlen pastoor Vandeputten zouden deze schilderingen de oorspronkelijke decoratie vormen van een eertijds in de pastorij ingerichte kapel.
Kapel O-L-Vrouw-Ten Beukenboom te Voorde.
Midden de korenvelden treffen we de kapel van O-L-V-ten Beukenboom aan , mooi ingeplant op het kruispunt van drie veldwegen. De huidige witgekalkte kapel werd in de 17e eeuw gebouwd: onder de 42e abt van Ninove, "Joannes de Neve" (1657-1685) werd bij de aartsbisschop van Mechelen de aanvraag ingediend om te Voorde een Mariakapel te bouwen. De pastoor te Voorde was toen Hiëronymus Cambier, een kannunik van Ninove. De initiatiefnemer was echter de toenmalige heer van Voorde, "Maximiliaan van der Meere" naar aanleiding van de wonderbaarlijke genezing van zijn vrouw van een erge ziekte, nadat zij haar toevlucht had genomen tot O-L-V van den Beukeboom. (zie ook virtuele tour) Daarom besloot hij op die plaats een kapel te bouwen.
Kapel O-L-Vrouw-Ten Beukenboom,
17e eeuwse kapel op kruispunt van veldwegen.
De pastoors van Appelterre en Aspelare reageerden op deze aanvraag onmiddellijk. Beide stelden voor dat er op zondag geen H.Mis zou gelezen worden in de kapel van Voorde. In hun schrijven uiten zij de vrees dat de mensen geen voldoende onderricht zouden krijgen. De bisschop - Andreas Cruesen vond dit een ontvankelijk voorstel en nam de wensen van zijn pastoors op in de oorkonde van 14 mei 1661 met toelating om de kapel te bouwen . Op zon- en feestdagen zal er dus in de kapel geen H.mis gecelebreerd worden. Het oude mariabeeld, bekend onder de naam O-L-Vrouw-ten-beuken, werd eertijds in de parochiekerk van Voorde bewaard. Sinds 1959 is het weer ter verering uitgesteld in de bedevaartskapel. Het beeldje meet 40 cm en dateert uit de tweede helft van de 16e eeuw. Het is een eikenhouten sculptuur met sporen van oude polychromie. Later werd het herschilderd.
De historische 17e eeuwse kapel kwam na de Franse revolutie in handen van verschillende eigenaars. Zij geraakte steeds meer in verval, zodat de voorgaande eigenaar in 1958 de grond, waarop de kapel stond, openbaar verkocht. De koper, "Dokter Laurent Van der Schueren" geneesheer te St-Lievens-Houtem, maar geboren te Voorde, besloot onmiddellijk alle dringende en noodzakelijke restauratiewerken aan te vatten.Als verantwoordelijk architect, oudheidkundige werd prof. R.Lemaire aangesproken.Kunstschilder Ingels, uit Lembeke, restaureerde de geschonden kruisweg van Fragonard. Rogier Van de Weghe, kunstkeramist uit St-Andries, vervaardigde de keramieken wapenschilden van Voorde en van de Norbertijnerabdij van Ninove. Hij herstelde de kerkramen en ontwierp tevens de zeven keramieken lijsten van O-L-Vrouw van zeven Weeën.Ook buiten werd de herstelling grondig aangepakt; Het klokje dat gedurende de Franse revolutie was verdwenen, werd vervangen door de oude hoeveklok van "het Pittershof" van Appelterre, in de 2e helft van de 18e eeuw bewoond door Pieter Vander schueren, voorvader van de latere eigenaar van de kapel.
Op 2 juli 1961, van ouds feestdag van de kapel , vierde men het derde eeuwfeest sinds de oprichting van de kapel (1661-1961) met een historische stoet opgebouwd rond het motief van de 4 jaargetijden. In 1975 werd de kapel , bij koninklijk Besluit, geklasseerd als monument. Op 12 december 1976 werd de kapel geschonken aan de VZW " Bisschoppelijke Colleges en Gestichten van het rechterlijk arrondissement Oudenaarde", waarvan het St-Aloysiuscollege van Ninove het waarnemend element was. In 1978 en in 1983 werden nieuwe restauratiewerken aan de kapel (oa. vochtproblemen) uitgevoerd. De huidige eigenaar van de kapel is Oscar Goossens uit Lede.
|